Biggen moeten leren vreten. Dit is cliché, maar waarom is dit zo belangrijk? Weet jij hoeveel jouw biggen eigenlijk vreten en of dit voldoende is?

Biggen kunnen we het beste vergelijken met onze baby’s, ook die moeten we leren eten. Naast melk krijgen baby’s eerst wat ‘oefenhapjes’ pap, groente of fruit. Dit alles in kleine beetjes. Bij onze biggen is dit niet anders: ze moeten leren dat er meer is dan zeugenmelk. Je kunt je voorstellen dat warme melk drinken uit het uier, heel wat anders is dan (droog) voer vreten uit een voerbakje! Dit is niet alleen anders van samenstelling (zuivel of plantaardige grondstoffen), maar ook van vorm en structuur (vloeibaar of een papje/droge korrel of meel). En niet te vergeten: biggen moeten leren het voer zelf te vinden en dat er onderscheid is tussen ‘dorst’ en ‘honger’.

Uiteraard draagt voeropname in het kraamhok ook bij aan de groei van biggen in de zoogfase, maar de zeugenmelk blijft de grootste leverancier van voedingsstoffen voor de biggen.

Het belangrijkste van bijvoeren in het kraamhok is dan ook het voorbereiden van biggen op het speenproces, zodat ze gezonder zijn en beter opstarten na het spenen.

Weet u eigenlijk hoeveel uw biggen (moeten) eten?

We kunnen hiervoor een makkelijk rekensommetje maken. Vlak voor spenen drinken biggen gemiddeld 1 liter zeugenmelk per dag. Zeugenmelk bestaat uit ongeveer 20% droge stof, dus dit betekent dat biggen via de zeugenmelk zo’n 200 g droge stof binnen krijgen. Daarnaast vreten biggen ongeveer 50 gram van een prestarter op de dag voor spenen (rond 26 dagen leeftijd). In totaal komt dit neer op een voeropname van 250 gram per big op de dag van spenen.
Op de dag van spenen, ervaren biggen veel stress. Als hier verder geen aandacht aan wordt besteed, keldert de voeropname zo naar 50 gram per big op de dag van spenen. Dit is dus veel minder dan de biggen gewend waren en echt te weinig om het lichaam goed te onderhouden. Laat staan om te groeien! Als de biggen dan na een paar dagen honger krijgen, vreten ze meer dan ze op dat moment kunnen verteren en krijgen vaak diarree.

 

Er zijn veel tools om de voeropname de eerste dagen na spenen zo hoog mogelijk te krijgen.

Het leren vreten in de kraamstal is hierbij een vereiste: begin op tijd met het verstrekken van een smakelijk en goed verteerbaar product. Geef de biggen voer dat aansluit bij de verteringscapaciteit en behoeftes. Als het voer niet goed verteerd wordt, is het een voedingsbodem voor (schadelijke) bacteriën en krijgt een big buikpijn en soms zelfs diarree. Daarmee bereik je juist het tegenovergestelde en deze negatieve associatie met voer zijn ze niet snel vergeten.
Maar denk bijvoorbeeld ook aan hoe vaak de biggen gevoerd worden. Bij de zeug krijgen de biggen 24 keer per dag wat te drinken, dus ga de eerste dagen na spenen ook vaak de afdeling in om de biggen kleine beetjes te voeren. Hiermee benut je de nieuwsgierigheid die biggen van nature hebben! De bereikbaarheid van de voerbak en drinknippel zijn ook erg belangrijk; kunnen de biggen makkelijk samen vreten, is er voldoende licht in de afdeling en zit er vers water in de leidingen?

Het zou mooi zijn dat alle biggen op de dag van spenen minimaal 150 gram voer vreten, dat aansluit bij de vertering en behoeftes van deze jonge dieren, en de voeropname daarna geleidelijk opbouwen. Ik zou zeggen: ga deze uitdaging eens aan!

Meer weten over het verhogen van de voeropname? Neem contact op!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.