In deze serie over grondstoffen in Denkamilk producten willen wij je meenemen om een aantal aspecten verder toe te lichten. In het vorige artikel over grondstoffen in kalvermelk is ingezoomd op de verschillende soorten zuivelgrondstoffen. Deze editie gaat verder in op plantaardige eiwitbronnen.

Achtergrond

De ontwikkeling van plantaardige eiwitbronnen voor kalvermelk is ontstaan in een tijd dat zuivel kostbaar werd en de prijzen voor kalvermelk onder druk stonden. Eiwitten uit plantaardige bronnen waren prijstechnisch interessant en steeds beter verkrijgbaar. Van nature komt plantaardig eiwit niet in melk voor dus is er veel onderzoek gedaan op ons DenkaFarm Innovation Centre om de juiste bronnen en de randvoorwaarden te vinden voor een succesvolle toepassing.

Onderzoek is essentieel

Dankzij onderzoek in onze verteringsstal kunnen we de verteerbaarheid van de grondstof bepalen en zo de waarde van het product bepalen.

Voordat een nieuwe eiwitbron gebruikt kan worden in melk voor kalveren, maar ook voor geiten- en schaaplammeren, wordt deze eerst uitvoerig in het lab getest. Eigenschappen als oplosbaarheid, stabiliteit maar ook de aanwezigheid van verschillende anti-nutritionele factoren (ANF) worden getest, alvorens we onderzoeken gaan doen met dieren. ANFs zijn stoffen in planten welke de plant beschermen tegen bijvoorbeeld vraat, maar ze hebben vaak een negatief effect op de vertering en de gezondheid van het dier. Voorbeelden van de ANFs zijn trypsineremmers en tannines (bitterstoffen). Dit type stoffen willen we niet voeren aan onze jonge dieren waarvan het verteringsstelsel nog heel gevoelig is. Daarom worden alle grondstoffen intensief gecontroleerd op deze ANFs voordat ze gebruikt worden. Zo zorgen we ervoor dat de plantaardige grondstoffen in onze melken volledig veilig zijn.

Nadat de grondstof goedgekeurd is in het lab, wordt een onderzoek gestart in onze verteringsstal, waar we de verteerbaarheid van de grondstof bepalen om zo de waarde van het product te bepalen. Met deze informatie kunnen we de nieuwe eiwitgrondstof op de juiste manier inrekenen in de samenstellingen en kennen we eventuele grenzen van de verteerbaarheid.

Tarwegluten

Er zijn een aantal plantaardige grondstoffen welke je veelvuldig in kalvermelken tegenkomt. Een van deze grondstoffen is tarwe-eiwit of tarwegluten. Tarwe-eiwit is van oorsprong een bijproduct van de tarwezetmeelwinning en bevat een hoog aandeel eiwit, wel meer dan 80%. Daarnaast is het een hele veilige grondstof omdat het geen ANFs bevat. Er is echter wel 1 voorwaarde voor het gebruik van tarwegluten in kalvermelk en dat is dat deze gehydrolyseerd moet zijn. Hydrolyse is een proces, waarbij de eiwitten enzymatisch worden geknipt in kleinere stukken, dus min of meer worden voor verteert. Pas je deze stap niet toe bij tarwegluten dan is de grondstof slecht oplosbaar en dat is natuurlijk niet praktisch in een kalvermelk. In figuur 1 is te zien wat het verschil is in oplosbaarheid met of zonder hydrolyse.

Soja eiwit concentraat

Figuur 1. Het effect van hydrolyse op oplosbaarheid van tarwegluten.

Een andere veelvoorkomende plantaardige eiwitbron in melken voor kalveren en lammeren is soja eiwit concentraat oftewel SPC. Soja-eiwitconcentraat is een nevenstroom van de soja olie industrie. Binnen de groep soja-eiwitconcentraten zit veel kwaliteitsverschil en het selecteren van de juiste bron is essentieel. In soja komen van nature meer ANFs voor, maar gelukkig kun je deze middels processing heel goed onschadelijk maken waardoor het soja-eiwit goed gebruikt kan worden door het kalf of het lam. In ons lab wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van deze ANFs bij binnenkomst van iedere partij SPC om er zeker van te zijn dat we de juiste kwaliteit verwerken. SPC heeft ook duidelijk voordelen want de smaak is aangenaam voor de dieren en het aminozuurprofiel van de essentiële aminozuren komt redelijk overeen met die van zuiveleiwit, waardoor de biologische waarde van het eiwit hoog is voor herkauwers.

Erwteneiwit

 

In een aantal producten verwerken we ook erwteneiwit als plantaardige eiwitbron. De grondstof die wij verwerken is van een speciale soort erwt en heeft een extra productie stap doorgemaakt, waardoor deze makkelijk oplost, geen ANFs meer bevat en goed verteerbaar is voor het dier. Het grote voordeel van erwteneiwit is de smaak van deze grondstof. Met name geitenlammeren vinden het erg lekker.

Kwaliteit maakt het verschil

Waar in het vorige artikel gesteld werd dat er veel soorten en kwaliteiten zuivelgrondstoffen bestaan, is de wereld van de plantaardige grondstoffen misschien nog wel groter. Naast tarwe, soja en erwten zijn er nog veel meer mogelijk plantaardige eiwitbronnen waar we misschien nu nog geen gebruik van maken, maar welke in de toekomst een belangrijke rol gaan spelen. Echter, bedenk dat met name de kwaliteitseisen en randvoorwaarden voor een juiste toepassing, welke aan deze grondstoffen gesteld moeten worden, wel crucialer zijn dan voor zuivel. Desalniettemin spelen plantaardige eiwitbronnen een belangrijke rol in de eiwitvoorziening in melkvervangers voor jonge dieren en is het een mogelijkheid om bijstromen uit andere industrieën optimaal te kunnen verwaarden.

In een volgend artikel zal worden ingegaan op de verschillende soorten oliën en vetten en zullen een aantal additieven in kalvermelk worden uitgelicht. Wilt u het vorige artikel over zuivelgrondstoffen nog eens lezen? Klik dan hier

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact met één van onze specialisten via onderstaand formulier. 

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.