Het doel van Programmakalf is om de kwaliteit van alle kalveren op het melkveebedrijf en vleeskalverbedrijf te optimaliseren. Inmiddels draait Programmakalf een aantal jaren en is het de vraag of er aantoonbare verschillen zijn tussen Programmakalveren en niet-Programmakalveren in de vleeskalverhouderij. Doormiddel van een data-analyse is er gekeken of verschillen zijn in totaal eiwitwaarden (= maat voor biestvoorziening, klik hier voor meer informatie over totaal eiwit) van Programmakalveren en niet-Programmakalveren. 

Uit de analyse van deze metingen komt naar voren dat de kalveren van Programmakalf deelnemers gemiddeld een hoger totaal eiwitwaarde hebben dan niet deelnemers.

Het verschil in totaal eiwit tussen Programmakalveren en niet-Programmakalveren wordt grotendeels verklaard door de kwaliteit van het kalf.

Een verdere analyse laat zien dat de melkveehouder een grote invloed heeft op de kwaliteit van het kalf.

Met kwaliteit van het kalf wordt o.a. het groeitype, bevleesdheid en gewicht bedoeld. Uit de data blijkt dat de herkomst van de kalveren invloed heeft op de kwaliteit van de kalveren. Het is algemeen bekend dat een goede verzorging van kalveren en dus ook een goede biestvoorziening leidt tot een goede biestopname, betere groei en lagere uitval en betere prestaties van de kalveren als melkkoe of vleeskalf (Lees hier meer over het effect van de kwaliteit van het kalf op prestaties in de vleeskalverhouderij). De invloed van de melkveehouder op de kwaliteit van het kalf omvat ook de bedrijfsspecifieke factoren, zoals huisvesting, voeding, arbeid, hygiëne, micro-organismen, biest en biestmanagement, die de opfok van kalveren beïnvloeden. Hieronder worden deze factoren kort toegelicht.

Huisvesting

Belangrijk bij een gezonde opfok van kalveren is het gescheiden huisvesten van de kalveren en de oudere dieren. Kalveren zijn vatbaar om besmet te raken met ziekten wanneer ze in direct contact komen met ouder jongvee of koeien (o.a. infecties met E-coli, para-tbc en salmonella, die in de mest of melk van oudere runderen voorkomen, en luchtweginfecties die overgedragen kunnen worden van oude naar de jongste dieren). Het advies is om jongvee, vooral tijdens de eerste weken of gedurende de melkperiode, apart te huisvesten. In de eerste levensweek heeft individuele huisvesting van kalveren de voorkeur. Om zo de kans op navelbeschadiging en besmettingen te verkleinen en de kalveren beter te controleren (drinken ze goed, zijn ze gezond etc.). Daarnaast is het advies om vaarskalveren in een andere ruimte te huisvesten dan stierkalveren om zo insleep van ziekten via erfbetreders te voorkomen.

Klik hier voor de vlog advies over huisvesting en klimaat.

Voeding

Er wordt in de kalveropfok nog veel gewerkt op gevoel. Het is van groot belang dat de kalveren de goede hoeveelheid en concentratie melk krijgen voor de juiste groei en ontwikkeling. Wanneer kalveren een te lage concentratie krijgen is er een groot risico op pensdrinken omdat de slokdarmsleufreflex niet goed werkt. Daarnaast leidt een te lage hoeveelheid en concentratie melk tot ondervoeding van het kalf. Een juiste verhouding water en melkpoeder is dus heel belangrijk. Benieuwd of u de juiste verhouding melkpoeder en water toepast?

Bereken het met onze online tool!

Voor een betere aansluiting van het kalf op het vleeskalverbedrijf is het advies om de kalveren een aantal dagen voor vertrek van het melkveebedrijf 2x daags ‘hard’ te voeren. Wat hiermee bedoeld wordt leest u in de volgende nieuwsbrief van Programmakalf.

Arbeid

Aandacht voor het kalf! Naast goede kennis over de opfok van kalveren, zijn tijd en aandacht voor het kalf heel belangrijk. Het gestructureerd werken met een protocol, kan hiervoor een uitkomst zijn.

Collega melkveehouder Connie Bloemhof werkt met structuur en heldere doelen in de kalveropfok.

Hygiëne vs micro-organismen

Hygiënisch werken is van groot belang om ziekte-overdracht te minimaliseren. Door hygiënisch te werken in de kalveropfok kunnen veel problemen voorkomen worden. Gedurende de gehele kalveropfok is het belangrijk om schoon te werken. Het is de kunst om de overdracht van bacteriën of andere indringers zo klein mogelijk te houden. Zeker in de eerste twee à drie weken zijn kalveren eerder vatbaar voor ziekteverwekkers. Dit kan de groei en vitaliteit negatief beïnvloeden.

Tips om overdracht van ziekte in de eerste week te beperken.

Biest(management)

Doordat een kalf zonder antistoffen geboren wordt, is het afhankelijk van de opname van antistoffen (o.a. IgG’s) uit de biest direct na geboorte. Zonder antistoffen is het kalf zeer kwetsbaar. Omdat de infectiedruk op grotere bedrijven toeneemt, wordt het verstrekken van hoge kwaliteit biest op het juiste moment ook steeds belangrijker. Goed biestmanagement is dus van levensbelang voor het kalf.

Lees hier alles over ideaal biestmanagement.

Conclusie

De kalveren die deelnemen aan Programmakalf laten hogere totaal eiwitwaarden zien én zijn van betere kwaliteit vergeleken met kalveren die niet deelnemen aan Programmakalf! Als melkveehouder heeft u een grote invloed op de kwaliteit van uw kalveren. Wilt u hier graag eens over sparren met een van onze specialisten? Neem dan contact op met ons op via onderstaand formulier.

Neem contact op met onze jongveespecialisten!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.