Een zeer actueel thema momenteel; uitvalspercentage in de varkenshouderij, of misschien beter gezegd het overlevingspercentage. In de Pig Farm wordt gebruik gemaakt van vrijloopkraamhokken, afgelopen jaar was ons gemiddelde uitvalspercentage 11 %. Eerlijk is eerlijk, we hebben ook maanden gekend met een uitvalspercentage van maar liefst 16 %. Hoog tijd voor een interview met Rinus en André, de verzorgers in de Pig Farm. Hoe bereiken zij het huidige, lage, uitvalspercentage met vrijloopkraamhokken?

  • Gebruiksvriendelijk kraamhok
    Een gebruiksvriendelijk vrijloopkraamhok is van groot belang om biggensterfte in het kraamhok te verminderen. Wanneer het teveel handelingen kost om de zeug vast te zetten, of als je er over na moet denken, is het hok niet gebruiksvriendelijk genoeg. André: “bij ons vrijloopkraamhok is de zeug heel makkelijk vast te zetten. Tijdens het ontwikkelen van dit hok is daar ook veel aandacht aan besteed.”

 

  •  ‘vrijloop’ management rondom werpen
    De zeugen komen op maandag, ongeveer een week voor het werpen, in de kraamstal. Vanaf 2/3 dagen voor werpen zetten we de zeugen ’s nachts vast. Zo lopen we geen onnodig risico op doodliggers aldus Rinus. “Als we ’s ochtends in de stal komen blijven alleen de zeugen die begonnen zijn met werpen vast, de rest van de zeugen gaat gelijk weer los.” Dit wordt iedere nacht herhaald totdat alle zeugen aan het werpen zijn. Op het moment dat de zeug begint met werpen wordt de zeug vastgezet om doodliggers te voorkomen. Rinus: “Tussendoor laten we de zeug weer even los als de biggen behandeld en gewogen worden. Dan zien we al snel natuurlijk gedrag ontstaan bij de zeugen, zo gaan ze altijd plassen en water drinken.”

 

  • Biestmanagement
    Belangrijk voor een laag uitvalspercentage is dat alle biggen voldoende biest opnemen, lees daarover ook dit artikel. Daarom maken André en Rinus in de Pig Farm gebruik van split suckling. Zij laten ongeveer 12 biggen bij de zeug, de biggen waarvan zij denken dat die al voldoende biest hebben gehad, worden dan voor 1 – 1,5 uur tijdelijk in een apart krat gestopt. Zo kunnen ook de andere biggen voldoende biest opnemen. Daarna zetten we alle biggen snel weer bij elkaar aldus André.

 

  • Aandacht
    Wat misschien nog wel een van de belangrijkste dingen is, is aandacht en aanwezigheid in de kraamstal. Dit betekent dat er in de eerste 3-4 dagen continue één van ons in de kraamstal, aanwezig is, aldus Rinus. Dat is een groot voordeel van een 3 week systeem, dan is het ook mogelijk om veel tijd door te brengen in de kraamstal. André: “Bovendien is de speendag in de Pig Farm op maandag, en wordt er in het weekend geïnsemineerd. Zo zorgen we ervoor dat de zeugen doordeweeks beginnen met werpen en kunnen Rinus en ik er allebei bij zijn.”

 

  • Noteren 
    André en Rinus werken samen in de stal en daarom is het erg belangrijk om elkaar goed te informeren. Op het moment dat een zeug begint met biggen wordt dit tijdstip opgeschreven, vervolgens schrijven ze continue alles wat ze zien op de kaart. Ook alle informatie van de zeug wordt bijgehouden opgeschreven, denk aan aantal goede spenen, gewichten etc.

 

 

 

 

 

 

  • Loslopen
    Na een dag of 4 laten ze de zeug weer loslopen, maar dan zijn er wel een paar dingen belangrijk: we laten de zeug pas los als de biggen het biggennest goed kunnen vinden. Rinus: “de eerste dagen willen de biggen het liefste de hele dag bij de zeug blijven. Dan is het risico op doodliggers dus het grootst. Pas na een paar dagen zie je dat de biggen het nest goed gaan vinden.” De ruimtetemperatuur in de kraamafdeling zakt van 23°C naar 20°C. Dankzij het biggennest met sensor gestuurde warmtelamp worden de biggen naar het nest getrokken. Deze warmtelamp start op 34°C en loopt geleidelijk af naar 28°C, na 10 dagen gaat de lamp helemaal uit.  We leggen een juten zak in het kraamhok, wanneer de biggen geboren zijn leggen we deze zak in het biggennest. Deze bevat de geur van de zeug en zo worden de biggen sneller naar het nest getrokken.

 

  • Overleggen
    Ook leggen we biggen wel eens over als een zeug heel weinig biggen heeft, maar wel altijd pas na minstens 24 uur aldus Rinus. “We maken gebruik van een wisseltoom; we selecteren een zeug met grote, robuuste biggen en we selecteren kleine biggen die bij de eigen moeder geen speen hebben. De grote, robuuste biggen gaan ’s nachts naar de mambo, en de kleine biggen gaan dan bij de zeug. ’s Ochtends wisselen we dat weer om, dan gaan de kleine biggen naar de mambo en de grote biggen bij de zeug. Dit doen we meestal een aantal dagen. Dit systeem werkt het beste als ze zowel bij de zeug zogen en aan de mambo tot ze ongeveer 4 – 5 dagen oud zijn.”

 

  • En wat is nu het geheim van de smid?
    Nou, we hebben het wel moeten leren, aldus Rinus, “in het begin was de uitval echt wel hoger”. Naast alle aandacht voor de biggen is er ook veel aandacht voor de zeug. Het is erg belangrijk dat de zeugen goed fit zijn en zich goed voelen. “De zeugen moeten goed doorvreten, ook in het kraamhok. In de eerste week jagen we ze regelmatig even overeind tijdens voeren, dat is heel belangrijk. Vaak drinken ze ook te weinig dus dan voeren we ze met de hand nog extra water bij. Je moet de zeugen ook echt goed verzorgen.” Maar wat misschien wel het échte geheim is de samenwerking tussen André en Rinus, ze gaan iedere dag met veel plezier naar hun werk, werken fijn samen, werken beide met aandacht en hebben een gezamenlijk doel. Namelijk zoveel mogelijk kwaliteitsbiggen in leven houden! En als we hen dan vragen wat een kwaliteitsbig is? André: Een big die er mooi uitziet en vitaal is. Rinus voegt nog toe: mooie, uniforme, gezonde koppels!

Benieuwd hoe u de uitval op uw bedrijf kunt verlagen? Onze specialisten denken graag eens met u mee!

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.